Aanpassing op Wet betreffende bestrijding betalingsachterstanden - Impact?

De wet betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties is één van de meest misbegrepen wetgevingen, zelfs onder juristen. De bepalingen ervan dienen gelezen te worden als zijnde ter bescherming van de zwakke schuldeiser, bijvoorbeeld de bakker om de hoek die levert aan een grote supermarktketen.

Een zwakke schuldeiser tegenover een sterkere schuldenaar

Een zwakke schuldeiser belandt niet zelden in een situatie waarbij de sterkere schuldenaar zijn voorwaarden oplegt, waarin bijvoorbeeld wordt gesteld dat er pas 120 dagen einde maand wordt betaald na ontvangst van de factuur en de factuur pas mag verstuurd worden ten vroegste een maand na factuurdatum.

Resultaat: een erg lange betaaltermijn, die dan nog voor minstens 1 maand kan verlengd worden met de termijn die nodig is om de geleverde goederen te controleren. Een extreem voorbeeld, maar het komt voor.

Aanpassing Wet: Wat verandert?

Een aanpassing op de Wet betreffende bestrijding betalingsachterstanden werd goedgekeurd en gepubliceerd en gaat in vanaf 1/02/2022.

1) Betaaltermijn: 30 kalenderdagen, contractueel te verlengen tot max. 60 kalenderdagen

 

  • Indien er geen betaaltermijn is overeengekomen, dan geldt er een betaaltermijn van 30 kalenderdagen vanaf de ontvangst van de factuur dan wel vanaf de ontvangst van de goederen of diensten;
  • Indien er wel een betaaltermijn is overeengekomen, dan geldt deze contractuele termijn maar deze mag niet meer dan 60 kalenderdagen bedragen (Betalen 120 dagen einde maand is dus niet langer een optie);
  • Een beding in een overeenkomst dat voorziet in een langere betaaltermijn dan 60 kalenderdagen wordt voor niet geschreven gehouden;

 

Wat zijn de gevolgen voor bedrijven?

Bedingen die voorzien in een langere betaaltermijn dan 60 kalenderdagen zullen als ongeschreven worden aanzien. U doet er best aan uw algemene voorwaarden te controleren en advies in te winnen.

Facturen zullen bij een aantal bedrijven sneller ‘over datum’ gaan, wat de werkdruk op hun debiteurenbeheer zal vergroten. Op een vast aantal dagen na vervaldatum onbetaalde facturen doorgeven aan Intrum, helpt uw financiële afdeling

 

2) Ontvangstdatum factuur kan niet langer contractueel vastgelegd worden

 

  • Ontvangstdatum van de factuur kan niet langer contractueel vastgelegd worden (Betaling na ontvangst van de factuur die ten vroegste kan liggen een maand na factuurdatum is dus niet langer een optie);
  • De schuldenaar dient de schuldeiser te voorzien van alle informatie die nodig is opdat de schuldeiser de factuur kan uitreiken;
  • Deze info dient uiterlijk bij ontvangst van de goederen of prestatie van de diensten geleverd te worden;
  • Indien er een procedure voor aanvaarding of controle van de goederen of diensten voorzien is, dan is deze termijn inbegrepen in de geldende betaaltermijn (Betaaltermijn verlengen met de termijn die nodig is om de geleverde goederen of diensten te controleren die dan ook nog es minstens een maand bedraagt, is niet langer een optie).

 

Wat zijn de gevolgen voor bedrijven?

Zelfs bij bestaande contracten die dergelijke bedingingen bevatten, zal deze praktijk niet meer kunnen worden toegepast vanaf 01/02/2022. Dit is ongetwijfeld goed nieuws voor de zwakke schuldeiser.

 

3) Intresten MOETEN opgelegd worden

 

  • Indien de schuldeiser zijn contractuele en wettelijke verplichtingen heeft vervuld én het verschuldigde bedrag niet heeft ontvangen, dan wordt het openstaande bedrag vanaf de daaropvolgende dag van rechtswege en zonder ingebrekestelling verhoogd met de intrest (Voorheen had de schuldeiser hier recht op, m.a.w. hij kon het eisen maar hij hoefde het niet te eisen, terwijl hij vanaf 01.02.2022 niet langer een keuze heeft, het openstaand saldo wordt sowieso opgehoogd met de voorziene intrest);
  • Indien er geen intrestvoet is overeengekomen, dan geldt de B2B wettelijke intrestvoet;
  • Indien er wel een intrestvoet is overeengekomen, dan geldt deze contractuele intrestvoet.

 

Wat zijn de gevolgen voor bedrijven?

Bedrijven worden beperkt in hun recht om de interest niet op te eisen.

 

4) € 40 ter compensatie van de invorderingskosten van de schuldeiser MOET opgelegd worden

  • Als er verwijlintrest verschuldigd is, dan wordt het openstaande bedrag van rechtswege en zonder ingebrekestelling verhoogd met een forfaitaire vergoeding van 40€ voor de invorderingskosten van de schuldeiser (Voorheen had de schuldeiser hier recht op, m.a.w. hij kon het eisen maar hij hoefde het niet te eisen, terwijl hij vanaf 01.02.2022 niet langer een keuze heeft, het openstaand saldo wordt sowieso opgehoogd met deze € 40 vergoeding)

 

Wat zijn de gevolgen voor bedrijven?

Bedrijven worden beperkt in hun recht om de vergoeding van € 40 niet op te eisen.

Stel uw vraag

Stel uw vraag over de nieuwe wet en krijg advies van een ervaren credit management expert. Vul onderstaand formulier in. Wij verwerken uw gegevens en antwoorden zo spoedig mogelijk.

Vul de velden in en klik "verzenden":