Laattijdige betalingen - Focus op Europese initiatieven voor stipte betaling

Europese kmo’s willen dat er iets gedaan wordt aan het aanhoudende probleem van laattijdige betalingen. Zijn vrijwillige gedragscodes voor stipte betaling de oplossing? Of moeten de autoriteiten optreden? Intrum nam een aantal lopende Europese initiatieven voor snellere betaling onder de loep.

De laatste jaren pleiten kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) in Europa steeds meer voor de snellere betaling van hun diensten binnen de standaardtermijn van 30 dagen. Ze worden hierbij gesteund door belangrijke spelers uit de credit management sector zoals Intrum.

Maar het is nog steeds een actueel probleem. Het European Payment Report 2018 van Intrum stelde vast dat aan 6 op 10 ondernemingen gevraagd werd om langere betalingstermijnen te aanvaarden dan ze aankunnen. Daardoor zijn ze niet meer in staat om te groeien of aan te werven, of dreigen ze zelfs overkop te gaan.

In 2011 probeerde de Europese Unie de situatie aan te pakken met de Betalingsrichtlijn, maar zonder veel succes. Uit het Europees Betalingsrapport blijkt dat slechts 28% van de ondervraagde ondernemingen van het bestaan van die richtlijn af weet. Daarvan dacht slechts 19% dat ze een positieve impact had gehad.

Heeft Frankrijk de oplossing gevonden?

Voor sommige kmo’s is wetgeving het enige antwoord. Ze hebben er genoeg van om - in hun ogen - een kredietverlener te zijn voor grote bedrijven met veel grotere cashflows. Maar werkt het?

Frankrijk hanteert een ‘wortel & stok’-benadering waarbij wetgeving en een vrijwillige overeenkomst met elkaar worden gecombineerd.

Indien koper en leverancier geen specifieke termijn overeengekomen zijn, is een nieuwe periode van 30 dagen van toepassing vanaf de datum van ontvangst van de goederen of van uitvoering van de gevraagde dienst.

Maar indien beide partijen een betalingstermijn hebben afgesproken, mag die niet langer zijn dan 60 dagen vanaf de factuurdatum. Beide partijen kunnen het ook eens worden over een periode van 45 dagen, die begint te lopen op het einde van de maand waarin de factuur werd opgemaakt.

Niet iedereen houdt zich aan die flexibele aanpak. - De nationale ombudsman voor Franse ondernemingen zegt dat er elke dag 30 bedrijven de boeken sluiten wegens onbetaalde facturen, en de Banque de France berekende dat laattijdige betalingen een inkomstenverlies van zo’n 16 miljard euro vertegenwoordigen voor kmo’s (25% van de faillissementen bij kmo’s is een direct gevolg van de late betaling van facturen).

Volgens ramingen van de FIGEC, de beroepsfederatie voor bedrijfsinformatie en schuldbeheer, wordt als gevolg daarvan 56 miljard euro aan betalingen afgeschreven.

En hier verschijnt de stok op het toneel. - Elk jaar zamelt het observatorium betalingsachterstanden van de Banque de France informatie in over laattijdige betalingen in de business-to-business en in overheidssectoren. Het gebruikt daarbij gegevens van Intrum, Altares en beroepsfederaties. Die informatie wordt dan online geplaatst door het Directoraat-Generaal voor Concurrentie, Consumentenzaken en Fraudebestrijding (DGCCRF) en is dus toegankelijk voor iedereen.

Maar helpt die aanpak waarbij wanbetalers aan de schandpaal worden genageld? Momenteel nog moeilijk te zeggen, maar de trend gaat alvast in stijgende lijn naarmate er meer aandacht uitgaat naar het probleem.

In 2017 werden 230 ondernemingen bestraft voor een totaal bedrag van 15 miljoen euro, terwijl het DGCCRF in het eerste kwartaal van 2018 meer dan 1.500 ondernemingen evalueerde (waaronder een aantal overheidsinstanties) en 116 boetes uitschreef voor een totaal bedrag van 6,9 miljoen euro, met een maximale individuele boete van 375.000 euro.

Werkt de aanpak van het VK?

In het Verenigd Koninkrijk werd in 2008 de Prompt Payment Code uitgevaardigd om betalingsnormen en beste praktijken ingang te doen vinden. Ze wordt in opdracht van het ministerie voor Bedrijfsleven, Energie en Industriële Strategie beheerd door het Chartered Institute of Credit Management. Een specifieke raad (de Prompt Payment Code Compliance Board) ziet toe op de naleving van de principes van de code.

Ondertekenaars van de code verbinden zich tot het volgende: leveranciers tijdig betalen, binnen maximaal 60 dagen, maar met 30 dagen als streefdoel en norm; leveranciers duidelijk informeren over betaalprocedures; en goede praktijken doorheen hun toeleveringsketen aanmoedigen.

Het probleem is echter dat grotere ondernemingen als klant heel machtig staan, vooral omdat er onder kmo’s veel concurrentie is om zaken te doen met die koopkrachtige spelers. Daardoor zijn betalingstermijnen van 90 dagen heel gangbaar. Aangezien de Prompt Payment Code een vrijwillige code is, leeft het idee - dat echter niet wetenschappelijk bewezen is - dat de meeste ondernemingen erbij aansluiten, maar dat is niet altijd het geval.

Zoals Eddie Nott, Managing Director van Intrum UK, opmerkt: "Ondanks het bestaan van een vrijwillige code rond betalingsstiptheid en de recente Europese wetgeving blijft betalingsachterstand een probleem voor Britse bedrijven.”

“In de lente beloofde de regering dat ze actie zou ondernemen en we wachten op de volgende stappen. Ondertussen blijven vele ondernemingen hun macht over kleine leveranciers uitspelen, wat ten koste gaat van de groei en bestaanszekerheid van die bedrijven.”

Nog een lange weg te gaan 

Nu ook Zweden wetgeving in dit verband overweegt en eigen sectorgebaseerde schikkingen ontwikkeld heeft voor vrijwillige stipte betalingen (mede onder druk van de regering), is het duidelijk dat het probleem veel ruimer erkend wordt. Dat neemt niet weg dat er nog een lange weg af te leggen is en dat er op dit vlak continu inspanningen geleverd moeten worden.

 

Stel uw vraag

Vul de velden in en klik "verzenden":